De Westra’s wieke

By 24 augustus 2018Geen categorie

‘Over de verdwenen fabriek, de huizen en de bewoners’

Door Gerard Steenhuis januari 2018

image2-19

De Westra’s wieke in 1961 met bovenin Ineke en onderin Jakob Knorren (foto; familie Knorren)

 

Aan de Westra’s wieke wordt in 1920 een turfstrooiselfabriek gebouwd. Aan de wijk staan een kleine tiental huizen. Veel bewoners zijn familie van elkaar zijn. De fabriek draait bijna een halve eeuw, maar wordt half jaren zestig afgebroken. Ook alle huizen worden gesloopt, behalve de directeurswoning. Vanaf de jaren zeventig wordt het pad opgenomen in een ‘Zevenbochiesweg’ langs het oorspronkelijke riviertje de Runde naar Barger-Compascuum. Dit pad verdwijnt als de gemeente het Rundedal aanlegt. Anno 2017 doorsnijdt de A37 het gebied. Hoe is het gegaan?

image1-17Een twintigtal verveners met grond in het Barger-Oosterveen richten eind 1919 een coöperatieve turfstrooiselfabriek op. De sector verkeert, zo direct na de Eerste Wereldoorlog, in een crisis (noot 1).Deze lokale verveners besluiten om coöperatief voor ‘zichzelf’ te gaan beginnen om zo de monopoliepositie van de NV Turfstrooiselfabriek en Veenderij ‘Maatschappij Klazienaveen’ te omzeilen. Deze bolsterfabriek is opgericht door de Firma W.A. Scholten en staat in Klazienaveen bij de inmonding van het Scholtenskanaal in het Van Echtenskanaal. De Maatschappij, ook de Firma genoemd, is eigenaar van het Smeulveen (Klazienaveen-Noord), het land tussen het Oosterbos en de Runde. Ook heeft de familie Scholten veel veengrond in het zuidelijker gelegen Barger-Oosterveen opgekocht, het gebied van de latere dorpen Zwartemeer en Klazienaveen.
De coöperatie bouwt in 1920 een fabriek, met directeurswoning, in het 2deblok van het Waterschap Barger-Oosterveen aan een in noordelijke richting ontspringende zijwijk van het Van Echtenskanaal tussen Klazienaveen en Zwartemeer. Eigenaar van de grond is Willem Westera (noot 2), die een deel van zijn perceel afstaat. De wijk loopt door tot net onder de Postweg in Barger-Compascuum. De mensen geven de wijk de naam Westra’s wieke. Niet Westera’s maar Westra’s ! De overheid heeft goed geluisterd naar haar bewoners en schrijft op haar naambord ‘Westra’s wijk’.

16

Kaart 1. Schematische weergave van de kanalen en wijken in het 1steen 2deblok van het Waterschap Barger-Oosterveen (tekening; GS)

Waterschap Barger-Oosterveen
Het Waterschap Barger-Oosterveen is verdeeld in dertien blokken en behelst het gebied van de dorpen Klazienaveen-Noord, Klazienaveen en Zwartemeer. Het 1steblok betreft het veen bij het Scholtenskanaal tot aan de Zwarteweg, het 2deblok dat van de Oude Zwarteweg tot aan het riviertje de Runde. Beide gebieden liggen tussen de Willem Albertsvaart-Postweg en het Van Echtenskanaal. Het 3detot en met de 10deblok is het gebied ten zuiden van dit kanaal. Het 11deen 12deblok liggen er weer ten noorden van, maar ten westen van de Vastenow-Dordsedijk, dus Klazienaveen. Het 13deblok ligt in Zwartemeer, eveneens ten noorden van het Van Echtenskanaal en grenzend aan Duitsland. Dertien blokken dus, met elk hun hoofdkanaal en zijwijken.
Binnen dit verhaal gaan we dieper in op het 1steen 2deblok.

 

  1. Westra’s wieke (wijk), 1a. zuidelijke deel en 1b. noordelijke deel
  2. Van Echtenskanaal, eerder de Verlengde Hoogeveensche Vaart
  3. Scholtenskanaal
  4. Zuidervaart en noordelijker Verlengde Oosterdiep
  5. Krommewijk
  6. Boukema’s wieke
  7. Veringa’s wieke
  8. Eerste lange wieke
  9. Tweede lange wieke
  10. De Runde met ten oosten ervan het Waterschap Barger-Compascuum (noot 3)
  11. Gritterswieke
  12. Baaiewieke (noot 4)
  13. Sluis 1
  14. De Oude Zwarteweg
  15. Willem Albertsvaart in Klazienaveen-Noord en Postweg in Barger-Compascuum
  16. Achterwijk, eerste wieke van Germs
  17. 1stezijwijk Otto Salomomswieke
  18. Tweede wieke van Germs
  19. Scholte Alberts’ wieke 18. Job  Hoving’s wieke    19. Hendrik Hoving’s wieke      20. Harm Hoiting’s wieke
  20. Thomas Duinkerkerken wieke 22. Wiemer Schadenberg wieke 23. Lamberts wieke

1steen 2deblok
Het veen van het 1steblok wordt vanaf ongeveer 1890 vanuit het Scholtenskanaal (3) en zijn zijwijken vergraven. Zie bijlage 1. De pleistocene zandonderlaag ligt in noordelijke richting diep. Het waterverval is groot en dit maakt Sluis 1 (12) (noot 5),625 meter vanaf het Van Echtenskanaal (2), noodzakelijk.
Vanuit het Scholtenskanaal ontspringen veertien zijwijken in oostelijke richting. De eerste na Sluis 1 is de Boukema’s wieke (6), dan komen vijf korte wijken, dan een lange (8) die doorloopt tot de Westra’s wieke (vanaf nu wijk genoemd), dan weer een korte, dan weer een lange (9) en dan vijf korte wijken.

image4-23

De Westra’s wijk ten noorden van de A37, gezien vanaf de dam in zuidelijke richting (foto; GS)

Het 2deblok ligt ten oosten van het 1steblok. De scheiding is de Oude Zwarteweg (13), de vroegere Zwarten Dijk. Het grootste deel van dit blok ligt laag. De kanalen en wijken uit dit gebied monden beneden Sluis 1 uit in het Scholtenskanaal. Oudere veenarbeiders, die hier vroeger gewerkt hebben, kenmerken dit natte land als ‘tranendal’. ‘Nooit was het er droog’. Ook hier is sprake van veertien zijwijken. Vier korte wijken liggen vanaf de Boukema’s wieke in oostelijke richting, dan komt de Boukema’s wieke, die doorloopt. Noordelijk komen de zijwijken vanuit de Westra’s wijk en liggen in westelijke richting. Eerst een korte, dan een lange (8), een korte, een lange (9) en weer vijf korte. Ingewikkeld, maar kaart 1 maakt het inzichtelijk.
Ten oosten van de Westra’s wijk liggen zeven zijwijken: eerste en tweede wieke van Germs (15 en 16). Dan Scholte Alberts’ wieke (17), Jacob ‘Job’ Hoving’s wieke (18), Hendrik Hoving’s wieke (19), Harm Hoiting’s wieke (20) en Veringa’s wieke (7).
Het land net ten noorden van het Van Echtenskanaal, maar ten westen van het Scholtenskanaal vormt de oostelijke grens van de Hondrug. Het land ligt hoger en dit water mondt via de Baaiewieke en Gritterswieke (11) uit boven Sluis 1 in het Scholtenskanaal.

Westra’s wijk
Het zuidelijke deel van het 1steblok ligt weer hoger en dit deel wordt vanuit het Van Echtenskanaal vergraven. Het hoofdkanaal is de Westra’s wijk (1a). In het verlengde ervan loopt het noordelijke deel van de Westra’s wijk (1b) dat evenwel middels de Boukema’s wieke op het Scholtenskanaal uitmondt. Anders geschreven. Tussen het zuidelijke en het noordelijke deel van de Westra’s wijk ligt een dam. Het lagere water in het noordelijke deel stroomt in westelijke richting naar het Scholtenskanaal. Het hogere water van het zuidelijke deel van de Westra’s wijk loost in zuidelijke richting op het Van Echtenskanaal. Grietje Knorren (1936) zegt dat het zuidelijke water mooi helder is, terwijl het water afkomstig uit de Boukema’s wieke en het noordelijke deel van de Westra’s wijk ‘orrebruun’ is. Anderen noemen dit de Brune Wieke.

Kaarten
Zo (geschat) rond 1900 zal men begonnen zijn met het uitgraven van de Westra’s wijk. De kaart Roswinkel 18,verkend in 1852, herzien in 1894 laat het Scholtenskanaal zien. Maar ook de Turfstrooiselfabriek aan het Scholtenskanaal oz en enkele huizen. Het ziet eruit alsof men het 2deblok wil ontwateren en afgraven vanuit het riviertje de Runde. Jan Visscher schijft in Emmen en Zuidoost Drente ‘Met uitzondering van hoofdkanaal B (GS: Emmer-Erfscheidenveen) werd nergens door het oude Rundedal een wijk gegraven. De Runde, die voor de vervening begon als grensriviertje werd aangenomen voor de verschillende waterschappen en die tijdens de vervening ook nog als afvoerweg diende voor het veenwater (nog in 1928 werd de Rundesloot, voor zoover nog aanwezig, daartoe uitgediept)’, noot 6. Vanaf de Postweg gaat op de westoever van de Runde een pad in zuidelijke richting, waaraan ongeveer tien huizen staan. Dan maakt de Runde en het pad een glooiende beweging naar het oosten om te eindigen in de Verlengde Hoogeveensche Vaart. De Runde en het pad worden halverwege gekruist door een oostwest verbinding. Hier ligt over de Runde een brug en staan westelijk ervan enkele huizen. Ook net noordelijk van de Hoogeveensche Vaart is een woonconcentratie. Hier staan huizen ten oosten en ten westen van de Runde. Een stippellijn op de kaart geeft de toekomstige Westra’s wijk weer. Ook zijn de latere zijwijken Germs (2x), Scholte Albers, Hoving (2x) en Hoiting te herkennen.

De kaart Nieuw Dordrecht No 243, (verkend in 1902, uitgave 1906) laat zien dat in het 1steblok een begin is gemaakt met het graven van de zijwijken in de richting van de Oude Zwarteweg. Alle veertien zijwijken zijn voor ongeveer een derde deel uitgegraven. De Boukema’s wieke heeft de langste lengte en reikt al tot aan de Oude Zwarteweg. Aan het Scholtenskanaal wz staan meerdere woningen ten zuiden van de latere Krommewijk (5). Daar waar de Boukema’s wijk de Oude Zwarteweg kruist zijn enkele huizen ingetekend. Het pad vanuit Barger-Compascuum ten westen van de Runde is duidelijk herkenbaar en ook meer bewoond. Bij de oostwest verbinding met de brug staan nog steeds meerdere huizen (noot 7). Deze verbinding komt vanuit het oosten vanaf de grens, daar waar in de nog niet gegraven Limietwegkanaal (Hoofdwijk III) een vonder is ingetekend. Het pad ligt tussen de plaatsen 37-oost en 38-oost van het Waterschap Barger-Compascuum. Deze oostwest verbinding komt overeen met het hierna te noemen pad over land van boer Hoiting.
De Westra’s wijk is voorbij de geplande achterwijk ‘eerste wieke van Germs’ gegraven. Ik schat over een lengte van zeshonderd meter. Op dezelfde kaart is de Zuidervaart-Verlengde Oosterdiep (4) tweehonderd meter gegraven en het Limietwegkanaal vierhonderd meter. De zijwijken van het 2deblok zijn wel op de kaart ingetekend maar het graven moet nog beginnen. Huizen staan er nog niet.

Op de kaart Nw Dordrecht 243 maar dan uitgegeven in 1929 is de Klazienaveense Krommewijk ingetekend, liggen in het 1steblok over alle zijwijken een draaivonder en is ook het Scholtenskanaal oz vol bebouwd. Dat betekent op elke plaats een of twee huizen, soms bij elkaar aan de raailijn of juist bij de inmonding van de zijwijk. De Boukema’s wieke is volledig uitgegraven, evenals de Hoitings wieke en de Veringa’s wieke tot aan de Runde. Het zuidelijke deel van de Westra’s wijk is gereed en ook de vijf zijwijken. Het noordelijke deel van de Westra’s wijk is tot de elfde (geteld vanuit het zuiden) zijwijk van het 1steen 2deblok gegraven. Over de zeven zijwijken, vijf van het zuidelijke deel en twee vanuit het noordelijke deel van de Westra’s wijk die richting de Runde gaan, liggen draaivonders (noot 8). Aan deze kant zijn ook huizen gebouwd, meest bij de inmonding van de wijk in de Westra’s wijk. Op de westkant zijn de drie huizen van de Firma ingetekend en zuidelijk nog één meer. Waarschijnlijk het latere huis van Jan Knorren.
De Kaart Nw Dordrecht 243, uitgegeven in 1935 laat zien dat het 1steblok volop in vervening is. In het 2deblok is een begin gemaakt met het afgraven vanuit de Boukema’s wieke en de zijwijken ervan, die liggen ten westen van het zuidelijke deel van de Westra’s wijk. De noordelijke plaatsen in het 2deblok zijn nog onaangeroerd. De plaatsen ten oosten van het zuidelijke deel van de Westra’s wijk lijken vergraven te zijn. Dit land is inmiddels dalgrond, evenals de zuidelijke plaatsen tussen de Westra’s wijk en het Scholtenskanaal.

De kaart No 18C Klazienaveen, verkend in 1956 laat zien dat het 1steen het 2deblok is vergraven, behalve het lage deel van blok 2. Dus vanaf de zevende tot en met de veertiende plaats, de noordelijke plaatsen tussen Westra’s wijk en de Oude Zwarteweg, zijn nog niet vergraven. Meerder huizen op de oostkant van de Westra’s wijk zijn verdwenen, terwijl op de westkant ten zuiden van de drie huizen van de Firma een huis bijgebouwd is. Zo te zien dat van de familie de Graaf (noot 9).

De kaart 18 C Klazienaveen, verkend in 1956
Om een indruk te krijgen van de bewoning aan het kanaal heb ik de kaart genomen van 1956. Dit is de tijd die de door mij gesproken personen nog het helders voor de geest staat. Aan de hand van hun informatie heb ik kaart 2 kunnen invullen. Met wie heb ik gesproken? Het zijn Grietje Engbes-Knorren en diens broer Albert Knorren, Hendrik Gustin, het echtpaar Hans Snippe en Sientje Snippe-Lindeman. Arend Duinkerken, zijn neef Geert Duinkerken, Johan Hemme en Henderica de Vries-Olijve, Jan Speller, Johan Tiben. Anne Schooneville en Sientje Schooneville-Wilbers, Hennie Kuhl-Klunder, Marian Scholte Albers, Annie Langes-Assen, Herman Gerth, Jan en Fokko Prins, Bene Prins en Harry Pijnaker.

image5-25

Kaart 2. Klazienaveen. Verkend in 1956. 
Het betreft het gebied tussen de Westra’s wijk en de Zuidervaart, ten noorden van het Van Echtenskanaal

 

Namen bewoners

  1. Directeurswoning
  2. Bolsterfabriek ‘Barger-Oosterveen’
  3. De beide vonders
  4. 4. Woonhuis familie Jan Knorren
  5. Familie Albert de Graaf
  6. Familie Folkert Kiers
  7. Familie Reinder Oelen
  8. Familie Gezienus Reening
  9. Familie Geert Prins
  10. Familie Lammert Kiers
  11. Familie Fillipes Lindeman
  12. Zuidelijke deel van een dubbelhuis, bewoond door familie Ep Klunder
  13. Noordelijk deel, bewoond door de familie Seine Hidding
  14. Weduwe Schoonewille- van Ommen
  15. Opa Aaldrik Lindeman
  16. Familie Willem Veringa
  17. De woningen aan de Verlengde van Echtenskanaal
  18. De boerderij van de familie Germs
  19. De woningen op de hoek van Verlengde van Echtenskanaal en Zuidervaart
  20. Nog bestaand bosje op bovenveen (noot 10)
  21. Boerderij van Kasper Scholte Albers
  22. Boerderij van Hendrik Hoving
  23. Boerderij van Jacob Hoving
  24. Burgerhuis van Harm Hoving
  25. Boerderij van Harm Hoiting, later Henk Scholte Albers en Paul Lohues
  26. Brughuis
  27. Café Jan Gustin

Diagonaal door het beeld gaat de Brede Weg, die de loop van het riviertje de Runde volgt. De Brede Weg ligt op de westkant van de Runde, die in dat jaar (1956) niet meer is dan een sloot. Anderen noemen dit de Rundeweg. In noordelijke richting neemt de oude rivier steeds meer afstand van de Zuidervaart en het Verlengde Oosterdiep. De grond ten westen van de Westra’s wijk behoort tot Klazienaveen, die ten oosten ervan tot Zwartemeer. Het noordelijke deel van de kaart heet Barger-Compascuum.

image6-27

De straatweg links en rechts het zuidelijke deel van de Westra’s wijk in 2017. In de verte loopt de snelweg A37 (foto; GS)

Het pad
Er staan meerdere huizen aan de Westra’s wijk. Een zandpad loopt vanaf het Van Echtenskanaal over de oostkant in noordelijke richting. Na ongeveer zeshonderd meter ligt over de eerste wieke van Germs een vonder, direct gevolgd door een vonder (3) over de Westra’s wijk. Het pad vervolgt zijn loop over de westkant, maar wisselt na een kilometer via een dam van honderd meter weer van kant. Over de Hoiting’s wieke en Veringa’s wieke ligt elk een vonder. Het pad vervolgt zijn weg in noordelijke richting tot aan de Postweg in Barger-Compascuum en vindt zijn verlenging in de Berkenrode. Dit valt evenwel buiten het bereik van de kaart.

image7-29

Het huis van vervener-winkelier Boukema op de plaats waar de tram uit Klazienaveen-Noord zojuist de Trambrug is overgegaan en een grote boog maakt om in de richting van de Dordsebrug af te buigen. Nu is deze plek de hoek van de Langestraat met de Pastoor Jongeriusstraat (noot 11)

De grond
Het land ten westen van de Westra’s wijk ligt op Klazienaveens grondgebied en is deels eigendom van de Firma Scholten ‘Maatschappij Klazienaveen’. Andere stukken zijn van de gebroeders Willem en Jans Heine of van Berend Sloots. De Firma is in de tijd van de kaart eigenaar van een drietal huizen die staan aan de westzijdekant van de Westra’s wijk. De huizen zijn in 1915 gebouwd, zoals de steen op de voorgevel vermeldt, maar rond 1960 weer afgebroken.

Aan de oostkant is de situatie anders. Dit ligt op Zwartemeers grondgebied en boeren uit dit dorp zijn eigenaar van de plaatsen en de arbeiderswoningen op de oostkant van de Westra’s wijk. In de volksmond dragen de wijken de naam van de grondeigenaar. Ook de grond aan de oostelijke kant van de sloot de Runde is in hun eigendom.
De familie Germs (Anne en later diens zoon Germ) (18), die woont aan het Verlengde van Echtenskanaal, daar waar de Runde onder het hoofdkanaal wegduikt, heeft de grond bij de achterwijk en de eerste zijwijk in bezit.
De tweede zijwijk is van Kasper Scholte Albers, later van diens zoon Geert. Het land, honderd meter ten noorden en ten zuiden van de wijk is in hun eigendom. Scholte Albers’ grond loopt aan de andere kant van de Runde door tot aan de Zuidervaart. Harm Hoving, zoon Jacob ‘Job’ Hoving, later Henk Lanting en sinds 1994 varkensboer maatschap Grobbink-Vugts zijn eigenaar van de grond hier ten noorden van. De grond hier weer ten noorden van en ook ten oosten van de Runde (noordelijk deel van plaats 39, is 39a) is eigendom van Harm Hoving, later diens zoon (en broer van Jacob) Hendrik Hoving. De plaats hier ten noorden van, inclusief plaats 38 is op naam van Harm Hoiting. Eind 1938 biedt W. Nienhuis uit Erica op de plaatsen 38a en 38b west enige veenputten ter verkoop aan. De grond is in eigendom bij de familie Bosscher. Zie bijlage 1.

Boven; De bolsterfabriek Barger-Oosterveen aan de Westra’s wijk. Het Van Echtenskanaal ligt niet zichtbaar aan de linkerkant. De fabriek staat op de westkant van de wijk. Het witte gebouw is het kantoor (noot 12)

Links; De voormalige directeurswoning van de turfstrooiselfabriek Barger-Oosterveen (foto; GS)

Rechts; Willem Korteling (1887-1962) (foto; website historisch Zwartemeer, Jans Wanders)

Zie bijlage 2

De huizen en bewoners aan de Westra’s wijk, zie de kaart van 1956

1.De directeurswoning en Korteling
Directeur van de bolsterfabriek is Willem Korteling. Hij is vanaf 1913 bouwkundig opzichter bij de turfstrooiselfabriek Griendsveen Torfstreu AG in het Duitse Papenburg. In datzelfde jaar trouwt hij met Henderika Gerritdina Maria Lammers, zijn jeugdliefde. Door de dreiging van de Eerste Wereldoorlog keert het echtpaar in de zomer van 1914 terug naar Nederland en gaat wonen in Nieuw Amsterdam. Korteling wordt benaderd door de groep die de fabriek wil bouwen aan de Westra’s wijk. Hij tekent en ontwerpt de fabriek, de bijgebouwen en ook de woning aan het Van Echtenskanaal, dat hun latere woonhuis zal worden. Onder zijn leiding wordt de fabriek gebouwd. Hij kan daarna ook direct als bedrijfsleider aan de slag. Het zijn economisch moeilijke jaren maar de bolsterfabriek houdt zich onder zijn leiding goed staande.
Korteling heeft meer bemoeienissen, hij is ook sociaal-maatschappelijk actief. Hij steunt de eerste voetbalclub uit Zwartemeer, zie bijlage 2. Het echtpaar zet zich in voor de oprichting van de neutraal bijzondere school bij de Smeulveenschebrug in Klazienaveen. Daarnaast bespeelt hij een aantal muziekinstrumenten en is Korteling een getalenteerd tekenaar en kunstschilder. Zijn vader is secretaris van de Deventer Bouwkundige Vereniging. Van hem erft hij de liefde voor de bouwkunst. Hij bezoekt de Avondteekenschool en overdag de Ambachtschool. In zijn weinige vrije tijd gaat hij naar buiten om landschappen te tekenen. Zo moet hij een bezoek gebracht hebben aan het oude Barger-Compascuum, waar hij de molen en enkele met stro bedekte schuren aan de Postweg in de buurt van de Runde vastlegt. Met zijn broer Herman Daniël gaat hij in de jaren 1950-1960 de grens over om in Hebelermeer een oude boerenhoeve te schilderen. Helaas is niet te herkennen om welke boerderij het gaat.
Het adresboek voor de gemeente Emmen uit 1932 vermeldt dat W. Korteling ‘handteekenen’ geeft op de ambachtsschool in Klazienaveen (noot 13). De linker foto is uit de persoonlijke collectie van Wim Visscher (noot 14) en de rechter foto uit het boek over de familie Korteling (noot 15).

Schets van de molen en schuren in Barger-Compascuum

Boerenhoeve in Hebelermeer

Na Korteling komt het gezin van Jan Euvelman in de directeurswoning te wonen. Hij is bedrijfsleider, in dienst van de Purit en voorganger binnen de gereformeerde kerkgemeenschap van Zwartemeer. Ook Rieks Spiegelaar, werkzaam bij de Purit en rond 1960 secretaris van de profclub SC Drente woont hier (noot 16). Daarna heeft het huis meerdere bewoners gehad. Korteling verhuist na zijn pensionering naar het door hemzelf getekend huis aan de Eemslandweg 85 in Zwartemeer. Hij overlijdt in 1964. Het huis wordt vanaf dan gebruikt als postkantoor met links het bedrijfsgedeelte en rechts het woonhuis van postkantoorhouder Willem van Dijk en zijn gezin.

Eemslandweg 85 in Zwartemeer (foto; GS)

2. De fabriek
Gedurende de Eerste Wereldoorlog is er een algeheel tekort aan landbouwproducten. Ook het aanbod aan stro is te gering. Stro is nodig in het leger als bodembedekking in de paardenstallen en in de steden in de paardentramstallen. Turfstrooisel blijkt een goed, zo niet beter alternatief te zijn voor stro. Het heeft een hoger vochtabsorptievermogen en neutraliseert de geur van paardenurine. Daarnaast heeft turfstrooisel een antibacteriële werking (noot 17). De Eerste Wereldoorlog is een loopgravenoorlog. Er is veel vraag naar turfstrooisel voor onderin de loopgraven. De Nederlandse turfstrooiselfabrikanten exporteren alle turfstrooisel naar het buitenland en maken goede winsten. Dit is van korte duur. November 1918 tekenen Duitsland en Frankrijk de vrede. In de jaren erna wordt het leger gemotoriseerd en schakelen steden over op elektrische aandrijving van de tram. Het paard verdwijnt uit het leger en stadsbeeld. De afzet van turfstrooisel stagneert en de winsten staan onder druk.
Kort na de oorlog, en wel op 30 oktober 1919 melden zich 21 aandeelhouders voor deze coöperatieve turfstrooiselfabriek (noot 18). Op dat moment heeft de Maatschappij Klazienaveen (de Purit) een monopoliepositie op de markt. Zij bepaalt de prijs en de condities. Deze grondeigenaren werkten al samen in een bolstervereniging, nu nemen ze ook samen de productie in de hand. Het zijn Lambert Lambers uit Nieuw Amsterdam, Hendrik Boukema, Tonnis Zuidema, Catrinus Niezing en Willem Westera uit Klazienaveen, Willem Frieling uit Oranjedorp, de gebroeders Hogen Esch en Jitze Kloosterman uit Stadskanaal, Jacob Rahder uit Nieuw Amsterdam, Alle Wytzes van der Sluis uit Erica (bewoner van tegeltjespand op de hoek van de Havenstraat) en Pieter J. Van den Bergh lokale bedrijfsleider van de Drentsche Landontginning Maatschappij uit Amsterdamscheveld (noot 19).
Aanvankelijk, begin 1921, gaat het moeizaam maar aan het eind van de jaren twintig stijgt de afzet. Tijdens de crisis werken ze samen met de Groninger handelaar en fabrikant Johannes Smit. Smit is verantwoordelijk voor de verkoop van de bolster maar de resultaten vallen tegen. In 1937 ligt een voorstel ter liquidatie te tafel, maar dit voorstel vindt geen meerderheid. Meerdere leden verlaten de Coöperatie. Al in 1945 zijn er gesprekken dat de Purit de onderneming overneemt. Pas in de jaren zestig verwerft de Purit alle aandelen. In 1963 wordt de fabriek geliquideerd. Radler is de enige ondernemer die van begin tot eind aandeelhouder is geweest.
De laatste jaren is de sector steeds meer overgegaan van productie van turfstrooisel naar tuinaarde en potgrond. Ook de bolsterfabriek Barger-Oosterveen maakt deze switch. In 1964 brandt de fabriek af en wordt niet herbouwd.

De turfstrooiselfabriek Barger-Oosterveen getekend door Willem Korteling in 1930 (bron; Smit-Muller, 2011)

Een brug of een draaivonder over de inmonding van een zijwijken in een hoofdkanaal (foto; Annie Lubbers)

 

3. De beide vonders, aangeduid als Dr vbrn. Dit staat voor draai vonderbruggen. Twee zijn er hier, de eerste over de achterwijk ‘de 1stewieke van Germs’ en dan direct de tweede over de Westra’s wijk. Het pad gaat hier van de oost- naar de westkant.

Links; de huizen aan de Westra’s wijk westzijde. In het eerste huis woont de familie Knorren en in het tweede huis de familie De Graaf

Rechts; het huis van de familie Knorren met links het vogelhok in 1957

4. Dit is het woonhuis van de familie Jan Knorren met adres Westra’s wijk wz 35. Jan Knorren is getrouwd met Ebelina de Graaf. Vier kinderen krijgt het echtpaar, Grietje (1936), Jacob (1940), Albert (1946) en Ebelina (1959). Hier heeft eerst een familie Karsten gewoond, later de familie Jans de Groot, zegt Grietje. Vader Knorren koopt dit huis van Egbrink, die in Klazienaveen een café en kruidenierswinkel runt. Op dat moment werken oma De Graaf en moeder Knorren bij deze winkelier (later dochter getrouwd met Nieland) aan de Langestraat 151. Het pand is naderhand in gebruik als bouwmarkt Henk Hempen. Vanaf 1957 tot 1962 komen Grietje Knorren en Olf Engbes in de schuur annex vogelhok van dit huis te wonen. In de bouwvakvakantie van 1962 wordt het huis afgebroken en geruimd.

5.Op nummer wz 40 wonen Albert de Graaf en Ebelina de Vries. Zij zijn de ouders van Ebelina de Graaf en dus de grootouders van Grietje en Albert Knorren. Opa de Graaf is niet oud geworden en oma de Graafblijft lang alleen. Mogelijk is dit het ouderlijk huis van Ebelina de Vries en wordt het huis eerst bewoond door haar ouders (noot 20). Jan Knorren en Ebelina de Graaf wonen vanaf 1935 bij hen achterin. Vanaf 1944 woont hier zoon Albert de Graaf met Wija van Oosten, later nog Jan Vos met Annie van der Velde, dochter van Jan Tieme van der Velde.

Achter deze beide huizen is het veen vergraven en ligt hier dalgrond. Nadat het huis van Jan Knorren in 1962 is afgebroken zijn de beide Klazienavener broers Willem en Jans Heine eigenaar van de grond.

Ebelina de Graaf in 1934

Boven; mogelijk de ouders van Ebelina de Vries: Sieb Sietzes de Vries en Maria Klok (foto; familie Knorren) (noot 20)

Rechts; Folkert Kiers (foto; Jan Prins)

6.Dit is het eerste huis van drie die door de Maatschappij Klazienaveen (de Firma) in 1915 zijn gebouwd. Het zijn mooie geriefelijke woningen opgetrokken uit rode Groninger baksteen en met een rode dakpan. Achter deze huizen is het veen nog niet afgegraven. Hier woont eerst ene familie Breider, vanaf 1930 het echtpaar Folkert Kiers (Smilde 1888-1951 Klveen) en Hendrikje Koster (1890 Hoogeveen-1977 Klazienaveen). Elf kinderen telt het gezin. Klaasje (1912), Lambert (1913), Geesje (1915), Jantien (1917), Griet (1919), Geertje (1924-1928), Henderika Folkerdina ‘Rieki’ (1926), Jacob ‘Job’ en Jan (1928), Lammechien (1930) en Henk (1944). Klaasje is in Nieuw Dordrecht geboren, de anderen achter op de Kamerlingswijk in Zwartemeer, Lammechien en Henk aan de Westra’s wijk. Lammechien trouwt in 1948 met Hendrik Prins (1927 BC-1994 Zwmeer). Tot 1951 wonen ze in bij opa en oma. Daarna gaan ze in De Hoven in Zwartemeer wonen. Naderhand woont hier dochter Rieki met Ep Scheper.
Over het kanaal ligt een badde: een bruggetje bestaande uit twee houten palen met dwars erover meerdere planken. Het geheel drijft op het water en kan om een schip te laten passeren zo aan de kant geschoven worden. Deze overgang over het water geeft de mensen van de oostkant de mogelijkheid om op de verbindingsweg op de westkant te komen en vice versa.

Links; het echtpaar Hendrik Prins en Lammie Kiers tijdens hun huwelijk in 1948 (foto; Jan Prins)

Boven; nogmaals de Westra’s wijk westzijde. Links vooraan is het huis van de familie de Graaf (5.). Dan met rode steen het huis van de Firma, bewoond door Folkert Kiers en Hendrikje Koster (6.).In de verte zijn de contouren zichtbaar van het huis van Reening, later Van der Velde (8.).Achter de boom schuilt het huis van Reinder Oelen en Betje Dooren en hun medebewoners (7.) (foto; familie Knorren)

Betje Doorn en Reinder Oelen (foto; familie Snippe)

7.Het tweede huis van de Firma met adres Westra’s wijk wz 95 wordt sinds 1915 bewoond door het echtpaar Reinder Oelen en Betje Doorn. Later dochter Hendrikje Oelen met Piet Veringa (noot 21) en (achterin) hun zoon Willem Veringa met Luchie Bruinsma. Met de kerst van 1949 trekt dochter weduwe Betje Snippe-Oelen met zoon Hans erbij in. Betje Oelen is weduwe van Geert Snippe. Hans krijgt verkering met Sientje Lindeman van tegenover (zie 11.).

8.In het derde huis van de Firma woont eerst de familie van Gezienus Reening, daarna die van Jan Tieme van der Velde. Zoon Willem van der Velde met Hendrika Dokter wonen bij hen in. Willem overlijdt in 1957 bij werkzaamheden in het veen in Duitsland. Op dat moment is hij vader van tien kinderen, de oudste zijn vijf jongens, de jongste zijn vijf meisjes. Later woont hier zoon Hendrik van der Velde met Hennie Seubers. Daarna komt het echtpaar Karst-Dokter er te wonen. In 1962 volgt afbraak. Volgens Sientje Lindeman blijft dit huis het langst staan.

Dit zijn alle huizen aan de westkant. De weg wordt niet onderbroken door zijwijken, het is de straatkant.
Op de oostkant is de situatie geheel anders. Zijwijken, die in de richting van de Runde komen, doorsnijden het gebied. Dit is duidelijk de ‘landskant’. Toch staan hier huizen aan het kanaal. Huizen die in eigendom zijn van de grondeigenaren die hun boerderijen aan het oostelijker gelegen hoofdkanaal, Zuidervaart en Verlengde Oosterdiep hebben.

9.Anne Germs en later diens zoon Germ uit Zwartemeer zijn eigenaar van de grond behorende bij de beide zuidelijke zijwijken: de achterwijk en de tweede zijwijk ‘de eerste en tweede wieke van Germs’. Ten noorden van de scheidingssloot is het land van Kasper Scholte Albers, later Geert Scholte Albers. Op dit land, aan de Westra’s wijk staat het huis van een familie Kemkes (zegt Sientje Lindeman), later het gezin van Geert Prins en Mina Huizing. Grietje Knorren kan zich dit nog herinneren. Zij woont in die tijd honderd meter noordelijker maar dan op de westkant. De toegang tot het huis is vanaf de westzij. De bewoners moeten met een bootje zien op de oostwal te komen. De kinderen van Prins doen dit met een tobbe, een zinken teil. Wil de familie Prins gewoon over het land dan moeten ze het pad nemen vanaf hun huis in oostelijke richting over het land van Scholte Albers. Deze weg leidt tot de Rundeweg (Brede Weg op kaart 2), die in zuidelijke richting langs de gereformeerde school naar het Verlengde van Echtenskanaal loopt. De familie Scholte Albers is eigenaar van het huis. Prins is huurder. In 1951 wordt het huis afgebroken en geruimd. Deze familie Prins verhuist naar een huis ten zuiden van het Van Echtenskanaal aan de Eemslandweg. De zijwijk heet de Scholte Albers’ wieke.

10.Ten noorden van dit huis ligt land van Jacob Hoving. Job Hoving zeggen de mensen. De wijk is naar hem genoemd ‘Job Hoving’s wieke’. Aan de Westra’s wijk staat het huis van Lambert Kiers en Hillie Walda. Hij is zoon van Folkert Kiers en Hendrikje Koster (zie 6.). Lambert Kiers verhuist later en wordt brugwachter in het brugwachtershuis ten noorden van de Purit. Het huis aan de wijk wordt dan afgebroken. Dit moet voor 1954 zijn, het jaar dat Sientje Lindeman verhuist naar De Hoven.

Hans Snippe (1935) met Sientje Lindeman (1936) op schoot in de deurpost van het huis van Lindeman aan de Westra’s wijk oostzijde

11.In het huis, noordelijk van Lambert Kiers heeft het gezin van Berend Duinkerken en Katharina Posthuma gewoond en rond 1933 het gezin van Jan Duinkerken en Hinderkien Egberts. Dit meen ik op te maken uit de woorden van zoon Geert (1924, noot 8). Daarna Fillipus Lindeman en KlaasjeKiers,oudstedochter van Folkert Kiers (van 6.). Dochter Sientje komt uit dit huis. Zij trouwt met Hans Snippe (zie 7.). In 1954 verhuist de familie naar een huurhuis in De Hoven in Zwartemeer. Dan komt ene Doldersum er te wonen. Ook dit huis staat op grond van Jacob Hoving, de huurbaas. Het is een hoog huis met een boom ervoor en wordt als één van de eerste huizen afgebroken.

Klaasje Kiers bij het huis met er tegenover- aan de bouwstijl te zien-  een huis van de Firma. Het moet het huis zijn van haar ouders

Onder; de oostzijdekant van de wijk. Vooraan het huis van Phillipus Lindeman. Daarnaast heeft een dubbele woning gestaan. Deze is echter op de foto niet te zien. Mogelijk al afgebroken. Dan komt een enkel huis. Dit moet de woning zijn van Sientje Schooneville-Van Ommen. Daarna komt de schuur van Harm Hoiting (foto’s; familie Snippe)

Ten noorden van het hiervoor beschreven huis staat op grond van Hendrik Hoving een dubbele woning.

12. In het zuidelijke deel woont het gezin van Egbert Klunder en Jantje Kiers, dochter van Folkert Kiers (zie 6.). Nog voor 1949 verhuizen ze naar de Vesperweg in Klazienaveen. Lammert Kuiper en Antje Alkema hebben hier gehuisd en volgens Sientje Lindeman ook het echtpaar Jan Vos en Annie van der Velde (eerst in een woonschip in Otto Salomonswieke) en een familie Groote. Naar beschrijving van Rica de Vries-Olijve (noot 22) hebben ook haar ouders Marten Olijve en Trijntje de Jonge hier een tijdlang gewoond. Zie voor een uitvoerige beschrijving hoofdstuk 19. Westra’s wiekie in Land op de schopp. 176-187, geschreven in 2013 door ondergetekende.

13.In het noordelijke deel van deze dubbele woning woont tijdens de oorlog het echtpaarSeine Hidding en Grietje Kiers, ook weer dochter van Folkert Kiers (zie 6.). Later Koene Hartman met Alie Reening en naderhand Willem van Wieren. Lammert Kuiper met Antje Alkema wonen hier, evenals Marten Bloemberg met Fenna Röttgers.
Achter de huizen, beschreven onder nummer 11, 12 en 13, stort op 6 maart 1944 een Brits vliegtuig neer. Hans Snippe beschrijft dit in de dorpskrant van Klazienaveen van 28-4-2017.

14.Het huis hier ten noorden van staat op grond van Harm Hoiting en wordt bewoond door weduwe Sientje Schooneville-van Ommen. Sientje van Ommen trouwt naderhand met Jan Tieme van der Velde. Later woont zoon Peter Schooneville met Zusse Stuiver hier. De huizen staan uitzonderlijk buitenaf. Dit heeft in de oorlogstijd zo zijn voordeel. De mensen willen vertier en vooral jonge mensen zoeken elkaar op. Na acht uur geldt de avondklok en de landwacht controleert de buurt op naleving ervan. Bij Schooneville in de schuur wordt regelmatig ’s avonds dansen georganiseerd. Een persoon houdt de wacht en kan de gehele buurt en het enige toegangspad overzien. Nog voordat de landwacht binnen is, zijn de feestgangers al vertrokken.

Ten noorden van dit huis staat de landbouwschuur van Harm Hoiting, de eigenaar van de grond. De zijwijk draagt zijn naam ‘Hoiting’s wiekie’. Over de grond van Hoiting loopt het doorgaand pad, dat van de Oude Zwarteweg afkomstig is, over de dam gaat en zijn weg vervolgt in de richting van het brughuis en verder naar de grens. Twee huizen staan ten noordenoosten van de dam.

Fransina Visser (1885 Nw Weerdinge-1919 Weerdinge) en Aalderik Lindeman (1885 Vlagwedde-1968 Enschede). De foto’s komen uit het bestand van Hans Snippe

15.In het eerste huis woont opa Aalderik Lindeman en oma Fransina Visser. Samen hebben ze vier kinderen, onder wie Fillipus Lindeman (zie 11.). Dan hertrouwt Aalderik Lindeman met Wemeltje Barends, die van zichzelf drie kinderen heeft. Samen krijgen ze nog tien kinderen. Ook woont hier Willem van Oosten met vier kinderen. Dochter Wija trouwt met Albert de Graaf. Zij wonen naderhand in bij oma Ebelina de Graaf-de Vries (zie 5.). De Van Oosten’s zijn verwant met de familie Gort van het Verlengde Oosterdiep oz 184, zie http://www.achterdebreedesloot.nl/vonderpad_zwartemeer_p8.htm

In dit huis woont later Bruin Knol met Joppie Strijker, Jacob Rink met Trientje Lindeman, Marten Bloemberg, teruggekomen uit Neede, Gelderland, met Fenna Röttgers en Lammert Kuiper met Antje Alkema.

16. Dan zijn we aangekomen ter hoogte van de huidige straat Zwet (toponiem voor sloot, grens). Eerst moet men een zijwijk met vonder over om bij het huis te komen. In dit huis wonen Roelof de Graaf en Hendrikje de Graaf, oom en tante van Grietje en Albert Knorren. Naderhand Willem Veringa, zoon van Piet Veringa, met Luchie Bruinsma. De wijk heet ‘Veringa’s wieke’. Later huist hier Geert Gringhuis. Er wordt gezegd dat hij varkens bij zich in het huis heeft. Volgens Albert Knorren heeft Hendrik van der Velde, broer van Willem van der Velde nog hier gewoond en later pas Geert Gringhuis.

Tot zover de huizen aan de Westra’s wijk.

De kinderen van Albert de Graaf en Ebelina de Vries. Vlnr, staand; Albert de Graaf jr, Wija de Graaf-van Oosten, Ebelina Knorren-de Graaf, Jacoba de Graaf-de Ruiter en Roelof de Graaf. Zittend; Henderika de Graaf-de Graaf, Jentien Pol-de Graaf en Maria Kromkamp-de Graaf (foto; Ron de Graaf)

Boodschappen
Volgens Albert Knorren gingen de kinderen naar de ‘School met den Bijbel’ de Prinses Marijkeschool, naast het witte hervormde kerkje in Klazienaveen aan de Langestraat. De familie ging niet te kerk. Behalve oma de Graaf. Zij bezocht de hervormde kerk. De eerste jaren ging Grietje Knorren ook mee. Ze haalden de boodschappen bij Nieland in Klazienaveen in het voormalige pand van Egbrink. Willem Huizing van het Scholtenskanaal was hun bakker en Tichelaar de man, die het brood thuis bracht. Melk kreeg de familie eerst van Berend Lübbers van de Dordsedijk, maar na de indeling in melkwijken van Kees Hof uit Zwartemeer. Hof kwam met de melkbus aan de fiets tot aan Hofkamp, de bewoner van het brugwachtershuis bij het begin van de Westra’s wijk, tegenover de directeurswoning. Een houten draaibrug ligt hier over het Van Echtenskanaal. Hof kon (uitzonderlijk) bij slecht weer niet verder, daarvoor was het pad langs de wijk te slecht. Bij Hofkamp werd de kan gevuld. Ook Sientje Lindeman bezoekt de christelijke lagere school. Veel kinderen van de Kloostermanswijk gaan naar de witte houten openbare school, zegt ze.

Karperkweek
In de achterwijk schuin achter de huizen van Knorren en De Graaf heeft de lokale visvereniging karper uitgezet. Een klein deel van de ‘karperwieke’ is hiervoor in gebruik en een net, dwars door het kanaal, zorgt ervoor dat de vissen niet het volle water in kunnen. Als het aantal karpers na enige tijd is toegenomen wordt het net verwijderd. Het is daarom niet vreemd dat vissers in de jaren vijftig in de wijken rondom de Westra’s wijk veel en joekels van karpers weten te vangen, soms van wel 18 pond.

Stuw in de wijk
Het zuidelijke deel van de Westra’s wijk heeft hoog water en het aangrenzende land is nat. In de tijd dat het veengraven al gebeurd is wordt jaarlijks in het voorjaar een stuw geplaatst net ten noorden van de fabriek en de stuw bij de dam, verder noordelijker, geopend. Hierdoor zakt het water tussen de stuw en de dam. Het grondwater van de belendende akkers zakt, de bovengrond is droger en hiermee beter geschikt om gewassen op te verbouwen. Als het oogstseizoen geweest is wordt in de herfst de stuw weer verwijderd zodat eventuele scheepvaart er door kan.

Eerst gemengd, later akkerbouw
Opvallend is dat de boerenbedrijven aan de Zuidervaart en Verlengde Oosterdiep, die het land hebben tot aan de Westra’s wijk, allen begonnen zijn zo rond 1935 als gemengde bedrijven. Ze houden vee; koeien en doen aan akkerbouw, met name aardappelteelt. Nog voor 1970 zijn de gemengde bedrijven veranderd in akkerbouwbedrijven. Het vee is weggedaan. Waarom deze switch ?
Na het afgraven van het veen wordt het land ontgonnen, bouwrijp gemaakt. Daartoe dient een goede bouwvoor van ongeveer een vijftien centimeter. Deze ontstaat als zand (van onder het veen en uit de wijken) vermengd wordt met de opzijgelegde bolsterlaag en aangemaakt wordt met voldoende organische stalmest en- of stadsdrek. Dit mengsel vormt een vruchtbare bodem om akkerbouw op te bedrijven. Stalmest, geproduceerd door de ‘beesten’ is daartoe onontbeerlijk.
De situatie is eind jaren zestig anders. Kunstmest vervangt de stalmest. Er is geen aanleiding meer om koeien te houden. Hier zijn de boeren niet rouwig om. Veeteelt is zeer arbeidsintensief. Twee keer melken per dag, zeven dagen van de week, ook in het weekend en tijdens de feestdagen. De boer met zijn gezin moet zich volledig inrichten naar het ‘hebben van koeien’. Zelfs ’s nachts waken bij een kalvende koe. Dit is voor veel boeren de reden geweest om te stoppen met vee en zich te gaan specialiseren in akkerbouw. Dalgrond is door gebruik van kunstmest uitermate geschikt voor de teelt van aardappelen, suikerbieten en graan. De opbrengsten en verdiensten zijn goed en de boer houdt meer vrije tijd over.
En zo gebeurde het dat Germs, de beide broers Scholte Albers, dito Hoving en Hoiting slechts in de beginjaren koeien hebben maar zich al gauw toeleggen op pure akkerbouw. Hans Snippe werkt vanaf 1950 een viertal jaren bij Anne en zijn zoon Germ Germs. De tijd van de koeien heeft hij volop meegemaakt ‘Ook op zondag moest ik melken’. Na zijn diensttijd wordt hij in 1956 medewerker bij de gebroeders Geert en Henk Scholte Albers. Op beide boerderijen heeft hij gewerkt. Doordat de boeren stoppen met vee en de mechanisatie in de landbouw zijn minder banen in het boerenbedrijf. Vanaf 1968 is Hans werknemer bij de Akzo in Emmen.

Jakob Knorren balancerend op een kano. De meeste huizen aan de oostzijdekant zijn afgebroken. In de verte staat nog de schuur van Harm Hoiting (foto; familie Knorren)

Einde fabriek, einde bewoning
In 1964 brandt de fabriek af. De Purit is op dat moment de enige aandeelhouder en herbouwt de fabriek niet. De directeurswoning is de laatste herinnering van een bewogen tijd. Ruim veertig jaar industrieel veenkoloniale geschiedenis. Op de plek van de fabriek worden nu suikerbieten verbouwd.
Rond 1960, enkelen voor anderen na, verlaten de bewoners hun huizen aan de wijk ‘in ’t lint’ en verhuizen naar elders. De huizen zijn van slechte kwaliteit. Geen riolering, geen waterleiding, geen gas, geen stroom, geen telefoon, geen verharde toegangswegen. Wel beddensteden met (soms) vlooien en luizen, klompkachel, waterput buiten, halfsteens muren, houten vloeren, enkel glas, kippengaas onder de dakpannen, verzakkende funderingen en huurbazen die uiteindelijk van de woningen af willen.
De Firma sloopt zijn drietal woningen. Ook de boerenScholte Albers, de beide broers Hoving en Hoiting breken hun arbeidershuizen en schuren aan de wijk af. Geen huis blijft staan. Het gebied verandert in een saai polderland. In de jaren na de laatste oorlog verkoopt de Firma het noord- westelijk deel van het 1steblok aan de gemeente voor tuinbouw. Naderhand ook het noordelijk deel van het 2deblok.  

In de jaren zeventig wordt het zandpad verhard en waar een vonder of brug over de Westra’s wijk ligt komt een zanddam. Het verharde pad wordt verlegd in noordelijke richting en komt terecht op de westelijke oever van de oorspronkelijke Runde ‘de oude Runde’. In zeven bochten fietst de passant ‘binnendoor’ van Zwartemeer-Klazienaveen naar Barger-Compascuum. Deze ‘Zevenbochiesweg’ begint bij de brugwachterswoning op de oostkant van de Westra’s wijk tegenover de directeurswoning aan het Van Echtenskanaal. Daar waar eerder de beide vonders liggen komt de weg op de westkant terecht. Bij de vroegere dam wisselt het pad – zoals vanouds- van kant en met nog vijf bochten meer eindigt de weg bij Heller en Wehkamp, later Koert bij het Veenpark op de Postweg in Barger-Compascuum. ‘De verharde weg kwam pas nadat de mensen vertrokken waren’, merkt Hans Snippe op. ‘De boeren moesten met hun trekkers en ander zwaar materieel op het land en de vrachtwagens bij de akkers kunnen om aardappelen en bieten op te laden’. Eind jaren tachtig wordt de snelweg A37: Hoogeveen- Duitse grens door het zuidelijke deel aangelegd en ten oosten van de Oude Zwarteweg een grote waterplas. Rond 2000 wordt het riviertje de Runde ‘verplaatst’ gerevitaliseerd en in een natuurgebied ingebed, het Rundedal. De ‘Zevenbochiesweg’ houdt op te bestaan. Losse stukken van de weg liggen er onsamenhangend en doelloos bij. Je moet het verhaal kennen, dan begrijp je het.

De dam van eerder is vervangen door een sluis. Het zuidelijke water geeft een peil aan van rond de 16.60. Aan de andere kant van de sluis stroomt het water naar beneden. Hier is het peil 16.30 m t.o.v. NAP

De dam is nog te herkennen. Een fors uitgegroeide struik staat in de wind. Via een stuw loopt het water door een duiker ondergronds in het kanaal verderop. De verharde weg buigt in de richting van de Zwet naar de oostkant van de wijk. Dit is de tweede van zeven bochten. Een meter van het Waterschap Hunze en Aa’s geeft het peil aan. Links stroomt het bruine water naar het Scholtenskanaal. Hier is het waterpeil lager dan het peil voor de dam. Net als eerder.

Recht voor ons ligt de Rundedalbrug met in de verte het water van de oude Westra’s wijk. De wijk ligt verscholen achter de kassen van De Kwakel en eindigt bij de kas van Emiel Ammerlaan.

Links van het verharde pad zie ik een hoop stenen. De boer haalt elk jaar bij het oogsten stenen naar de oppervlakte en gooit ze op een hoop aan de kant van de weg. De rode Groninger baksteen doet vermoeden dat dit resten zijn van vroegere behuizing ‘De verdwenen huizen aan de Westra’s wieke’ (noot 23).

De Rundedalbrug (foto’s; GS)

Bijlage 1

De boeren Lanting, Scholte Albers, Hoving, Groenwold en Hoiting, het brughuis en café Halfweg
De grond op de hoek Van Echtenskanaal-Zuiderdiep is plaats 43 in het Waterschap Barger-Compascuum (noot 24). De kaart van 1929 geeft aan dat de Deventer Veen Maatschappij de eigenaar is, naderhand Albert Lanting. Drie burgerhuizen staan hier. Lanting woont in het meest zuidelijke, eerder bewoond door Rieks Luchjenbroers. Het voormalige boerenhuis is te herkennen aan de opvallend grote schuur in de tuin. In de middelste woning woont het gezin van armvader Jans Middeljans en Aleida Wachtmeester. In het andere huis woont Harm de Groot met zijn tweede echtgenote Maria Weinsbeek en nu het gezin Louwes. Ook de beide plaatsen 42 en 41, ten noorden ervan, zijn eigendom van Lanting. Plaats 42 staat in 1929 op naam van H. Bosscher, Groningen en 41 op naam van J.H. Tonckens, Hoogeveen. Mans Egbers bouwt zich later ten zuiden van het huis van Luchjenbroers een bungalow.

Plaats 40 is op de kaart van 1929 nog op naam van dominee Bouman uit Velp. Op 16-1-1934 verkoopt J. Brouwer uit Musselkanaal de plaatsen 125 en 126 van het Barger-Oosterveen en de aangrenzende plaatsen 40a en 40b van Barger-Compascuum aan Kasper Scholte Albers. Medio 1934 kondigt de Emmer Courant de bouw van een boerenbehuizing aan in opdracht van J.K. Scholte Albers uit Tweede Valthermond. De gunning gaat naar R. Brinks uit Erica. De boerderij staat op de kop van deze plaats (21). Later is zoon Geert hier boer. Door de aanleg van de A37 heeft de boerderij plaats moeten maken. Dochter Marian bouwt met echtgenoot Lammert Keurs nieuw aan de oostzijdekant van het kanaal. Zij runnen daar het graszoden-hoveniersbedrijf Graco.

Plaats 39 is op de kaart van 1929 op naam van Moorlag uit Valthermond. Het zuidelijk deel van plaats heet 39b en is na verkoping eigendom van Harm Hoving, later diens zoon Job Hoving, dan Henk Lanting en nu de maatschap Grobbink-Vught. Ze wonen in de boerderij op de kop van de plaats op Verlengde Oosterdiep wz 111 (23). Vanaf hier heet dit hoofdkanaal niet meer Zuidervaart maar Verlengde Oosterdiep, dat tot Barger-Compascuum behoort. Harm Hoving (1881-1967) was getrouwd met Jeizeline Jantine Blaakmeer (1886-1950).

Ten noorden hiervan is plaats 39a (ook eerder Moorlag). Op de kop van de plaats bouwt in 1949 Harm Hoving een burgerhuis. Het adres is Verlengde Oosterdiep wz 110 (24). J. van der Horst uit Emmen is architect en J. Klootsema uit Zwartemeer de aannemer. Dit lees ik in ‘Klanken uit B.C’. Hoving woonde ervoor in Klazienaveen aan de Meester Ovingstraat 14. In 1952 wordt dit huis gekocht door het echtpaar Piet Zwart en de Barger Compascuumse Sjoukje Duinkerken (1931). Zij beginnen daar een kolenhandel. Harm Hoving woont lang in het huis aan de Zuidervaart. De laatste jaren woont medewerker Gradus Sloots bij hem. Vanaf 1981 is het huis op 110 eigendom van Harry Pijnaker en Gea Meijer.

Zoon Hendrik Hoving (1915-2003) met Hillechiena Hospers (1925-2000) en later diens zoon Harrie bewerken de grond. Zij wonen in de karakteristieke boerderij op Zuidervaart oz 45, tegenover Geert Scholte Albers. In 1937 koopt de familie T. Groenwold uit Emmer Erfscheidenveen de beide plaatsen 40a en 40b west van dominee Bouman uit Velp. In het voorjaar van 1938 begint aannemer Klootsema met de bouw van de boerderij (22). In 1951 emigreert de familie Groenwold. Zij behoren tot een groep gereformeerde boeren uit Zwartemeer-Klazienaveen die dat jaar naar Hollanda, de Nederlandse kolonie in Brazilië, emigreren. Het gezin van Harrie Hoving emigreert eveneens begin jaren tachtig.

‘De brugge bie Lübbers’ of ‘De brugge bie Heine’, zoals de brug halfweg de dorpen Zwartemeer en Barger-Compascuum heet.
De brug ligt op de plek waar in eerdere dagen de west-oost verbinding vanaf de Oude Zwarteweg naar de grens, Limietwegkanaal liep. Het pad ging over de dam van de Westra’s wijk, over het land van Hoiting, langs het brughuis, café van Lübbers en later Jan Gustin in richting van de grens. Nu ligt hier het Vonderpad. Rond 1970 wordt de brug vervangen door een dam (foto; film over Barger-Compascuum 1965)

Plaats 38 is in 1929 nog eigendom van H. Bosscher Groningen. Naderhand boert Harm Hoiting hier. In januari 1939 bouwt hij aan de oostzijdekant van het kanaal, Verlengde Oosterdiep oz 194, een woning. ‘Burgerwoning met landbouwschuur’ schrijft Klanken uit B.C. De aannemer is Jansen uit Klazienaveen (25). Hoiting (1892-1976) trouwt twee keer. In 1916 met de vijf jaar oudere Hendrika Groenwold (1887-1949) en naderhand met Aafke Geertsema (1899-1972). Vanaf ongeveer 1957 wordt het bedrijf voortgezet door Henk Scholte Albers, broer van Geert. Naderhand door Paul Lohues en nu Steve Bosman.

Het café van Jan Gustin, ook Café Halfweg genoemd omdat het halfweg de beide dorpen Barger-Compascuum en Zwartemeer staat. Jan Schulte (li) en Jans Linnemann zitten voor het raam en drinken een pilsje. De klompkachel midden in het café verwarmt het vertrek. De jongens zullen het wel koud gehad hebben. ‘Ze moesten even naar binnen’. Het interieur zou nu retro of vintage heten. Beukenhouten stoelen en tafelbladen van formica. Door het raam zien we het brughuis met rechts ervan het pad over het land van Hoiting (foto; Jan Schulte) (noot 25 en noot 26)

Brughuis
Op de kop van de plaats van Hoiting staat het brughuis met adres Verlengde Oosterdiep wz 104 (26). Hier woont de brugwachter die de brug, die over het Verlengde Oosterdiep ligt, bedient. Vele gezinnen hebben hier gewoond. Eerst die van Geert Lubbers, dan Coenraad Schonewille, Pol, Groenewold, Jan Heijne, Harm Rocks, Herman Esders en nu Gert Siebring.

Café Lübbers of Jan Gustin
Tegenover het brughuis staat vanaf ongeveer 1930 tot 1960 het woonwinkel pand van Herman Lübbers. Het adres is Verlengde Oosterdiep oz 193. Lübbers heeft hier een kruidenierswinkel, melkhandel en café. In het voorjaar van 1933 brandt het pand af en drie weken later raakt het tweejarig zoontje te water en verdrinkt. In 1838 besluit de damvereniging D.O.S. te gaan verhuizen van Hendrik Karst naar Lübbers. Het café wordt gebruikt in de jaren 40 door het buurtschap ‘Onder ons’. Ook organiseert de ijsvereniging ‘Hou Streek’ schaatswedstrijden op het kanaal bij café Lübbers. Ook bij café Karst.

Jan Gustin zet vanaf de jaren zestig het café voort. Café Halfweg is de bijnaam. Na Jan Gustin komt hier het gezin van Olf Engbes en Grietje Knorren te wonen.

Bijlage 2

Over Korteling

De school bij de Smeulveenschebrug in Klazienaveen. De foto komt uit het album dat wethouder Zegering Hadders in 1923 krijgt van het bestuur van de openbare lagere scholen gemeente Emmen (noot 27)

Willem Korteling en Riek Lammers zetten zich in om het behoud van de neutrale bijzondere school Smeulveenschebrug. In 1916 wordt dit witte houten schooltje als openbare lagere school 3 in Klazienaveen opgericht. De gemeente Emmen vindt de gang van de kinderen uit de buurt naar de school bij de Dordsebrug of naar de openbare lagere school 1 bij de brug in Zwartemeer te ver. Op 1 juni 1916 gaat de school met 127 kinderen van start. De eerste hoofd is meester Johan Kok. Halverwege de jaren twintig heeft de school te maken met een grote leegloop. Er is minder werk te doen in de vervening en gezinnen trekken naar elders. In 1928 heeft de school nog 28 leerlingen. Per 1 januari wordt de school opgeheven. Veel ouders protesteren hiertegen en onder hen moet ook het echtpaar Korteling-Lammers geweest zijn. Samen met andere ouders vormen zij een schoolvereniging voor Neutraal Bijzonder onderwijs. Willem Korteling is voorzitter van het schoolbestuur. De eerste hoofd der school is J.J. Vennink. Het zullen zware jaren geweest zijn voor het schooltje aan de Langestraat vlakbij de Smeulveenschebrug. Hoe aan genoeg kinderen te komen?  Op 1 januari 1949 zijn er nog 37 kinderen en wordt de school weer een openbare lagere school. Tot 11 december 1959 doet het schooltje dienst. Vanaf dan kunnen de kinderen naar de nieuwe openbare school aan de Roedestraat in de Molenbuurt van Klazienaveen.

Vlakbij de school staat enkele honderden meters ten oosten van de Kloostermanswijk de hervormde kerk met links de pastorie. Rond 1916 zijn beide gebouwen hier aan de Langestraat gebouwd. Dit lees ik bij afbeelding 58 in het fotoboekje van Jan Hoogers ‘Klazienaveen in grootmoeders tijd’ uitgegeven in 1995.
De moederkerk staat in Nieuw Dordrecht. Een van de eerste evangelisten is W. Dijkstra. Op 1 juli 1944 is de stichtingsdatum van de Nederlandse Hervormde Gemeente Barger-Oosterveen. De eerste dominee is P. de Bruyn. In 1953 verhuist de kerk naar het marktplein in Klazienaveen. Het inmiddels wit geschilderde godshuis is sindsdien bij verschillende kerkgenootschappen in dienst geweest. De kerk moet gezien worden als de bakermat van de hervormde gemeente in Zwartemeer. In 1953 krijgt Zwartemeer zijn eigen hervormde kapel in de Mollemastraat en is sinds 1956 een zelfstandige gemeente. Vanaf 1957 valt de hervormde gemeente van Barger-Compascuum onder Zwartemeer en in 1974 fuseert Zwartemeer-Barger-Compascuum met de hervormde gemeente van Klazienaveen (Hoogers, 1955, 58)

Willem Korteling is bestuurslid van DVT, De VriendenTrouw. Begin jaren twintig is in Zwartemeer een voetbalclub De Vriendentrouw (DTV) en een atletiekclub (Zwartemeerse Atletiek Club) met een voetbalafdeling. In 1926 fuseren beide voetbalclubs. Dit schrijft Jan Wanders op de historische site Zwartemeer. Echter in Zwartemeer is geen goed veld, slechts bovenveen en men verhuist in 1928 naar Klazienaveen.

Herman Lübbers schrijft dat de voetbalclub Vriendentrouw is voortgekomen uit de toneelclub ‘De Vriendentrouw’. Sinds 1921 bestaat de club. Het clubcafé van de vereniging is café Drent op de hoek van de Kamerlingswijk met de Meerwijk. Het café is beter bekend onder de naam café Poelman. Achter het café ligt het grasloze speelveld. Op veen groeit geen gras. De toeschouwers moeten een entree betalen van twintig cent. Volgens de regels hoeft iemand die op meer dan honderd meter afstand staat te kijken, niet te betalen. Zo schrijft Lübbers.
Omdat de omstandigheden zeer slecht zijn gaat de club in 1928 een fusie aan met de Klazienaveense club KSC (GS: Klazienaveense Sport Club ?). De club heet inmiddels Zwartemeer en speelt zijn wedstrijden achter Hotel Wieringa, tegenover de Purit. In de paardenschuur van Wieringa wordt omgetrokken. Naderhand verhuist de vereniging naar de Planeet en speelt meerdere jaren betaald voetbal. Spelen de jongens in Zwartemeer in geel-zwart, ook de nieuwe club Zwartemeer in Klazienaveen doet dit. Daarna heeft het dorp Zwartemeer meerdere voetbalclubs gehad. In 1954 wordt een zondagclub onder de naam EBO (Eendracht Brengt Overwinning) gesticht en een zaterdagclub met de naam Vriendentrouw, wiens clubkleuren onveranderd geel-zwart is (noot 28).
Op de foto vlnr, staand; Y. de Vries, Willem Korteling, Piet van Brummelen (slappe knieën ?), H. Arends, B. Lübbers, F. Regts, Blijham, R. Engberts, A. Grijze, H. ten Berge, R. Bron, C. Bron en A.H. Jansen. Midden; L. Grootoonk, A. Smit en H. Groenewold. Vooraan; K. Santing, G. Bruning en J. Kamerling. Waarschijnlijk is deze foto gemaakt in Klazienaveen (noot 29) (foto; Hoogers, 1995, 71)

Riek Lammers en Willem Kortelink bij het huis aan het Van Echtenskanaal nz.
Het huis op de achtergrond is van brugwachter Oost, later Albert Moes, Thiemen Kroezen, Hofkamp en Jagt, getrouwd met dochter van Hofkamp
Het huis verderop wordt bewoond door de familie De Groot. En nog verderop staat het burgerhuis met grote schuur van Otto Salomons (foto; Wim Visscher)

Noten

  1. Erwin H. Karel, ‘De turfstrooiselindustrie’, in: M. Gerding e.a., Van turfstrooisel tot actieve kool(Zwolle 1997), p. 39. In dat laatste jaar (GS: 1918) stortte de afzetmarkt voor turfstrooisel volledig in.
  2. Willem Hielke, Klazienaveen in oude ansichten(Zaltbommel 1974), afbeelding 22. Vervener/ winkelier Willem Westra heeft in de jaren na 1900 gewoond aan het Van Echtenskanaal nz in Klazienaveen naast het houtstek van Meesters. Dit was vlakbij de toenmalige Dordsebrug. Deze familie onderhield tevens een beurtvaartdienst op Meppel en Groningen. Het eerste schip was een snikke.
    Jan Hoogers, Klazienaveen in grootmoeders tijd(Zaltbommel 1995), afbeelding 13. In dit tweede fotoboekje over Klazienaveen uitgegeven door de Europese Bibliotheek in Zaltbommel, schrijft Jan Hoogers dat Derk en Lucas, zonen van Willem Westera, de bekende snikkevaarders waren.
  3. Tot 1930 moet de Runde net ten zuiden van de Postweg tijdens de zomer een smal riviertje zijn geweest, maar in de natte periode zeker tientallen meters breed. Ter hoogte van de Postweg ligt een brug over de Runde. In eerdere dagen moeten dit flinten zijn geweest waardoor een passant het riviertje kon oversteken. Dit vertelt Wim Hartmann (1942) me en hij heeft het van zijn moeder Maria Catharina Veringa (1900 BC-1982 BC).
    Herman Hölscher (1931) spreekt van uiterwaarden in de buurt van Harm Heller, twee honderd meter ten zuiden van de Postweg. Er zijn zelfs momenten dat de rivier buiten zijn oevers treedt! Aan beide kanten van de Runde loopt min of meer evenwijdig een straatweg met om de honderd meter een keet-huis. De afstand tot de rivier is in de buurt van de Postweg wel vijftig meter. Aan de westkant loopt een pad dat later Westra’s wijk genoemd wordt en aan de oostkant de Schoolweg-zuid. Dan, halfweg Zwartemeer, maakt de Runde een boog naar het oosten. Hier moet de Runde minder water bevat hebben, is het hooguit (ook in het natte seizoen) een slootje en ligt in de zomer droog. De Runde nadert de Schoolweg-zuid met zijn bewoning. De Runde stelt als rivier in de eerste honderden meters ten noorden van het Van Echtenskanaal niet veel voor. Mogelijk loopt hier het water vooral ondergronds om na enkele honderden meters in de richting van Barger-Compascuum als riviertje aan de oppervlakte te komen. Zie ook:.http://www.achterdebreedesloot.nl/de_runde_p1.htmafbeelding 3.
    Op 2-5-1933 neemt het Waterschap Barger-Compascuum het besluit om het riviertje te dempen, er een weg op aan te leggen en aan beide kanten ervan een sloot. Nu moet op beide kanten een weg aangelegd worden. Er moet nog wel overleg zijn met het Waterschap Barger-Oosterveen. Op 3-10-1933 wordt brand gesignaleerd in het veen langs de Runde in de buurt van de Westra’s wijk. De ijzerhoudende grond brandde over ruim 2.5 ha oppervlakte over de plaatsen van Stuut (plaats 31), Oldeboom en De Lange (32) en de Firma Scholten (37). De motorspuit van de Firma is met succes begonnen te blussen. Dit meldt de Emmer Courant.
  4. Het woord Baaiewieke is afgeleid van ‘pootje baden’. Naderhand krijgt het volkstuincomplex aan de Kazerneweg in Klazienaveen deze naam.
  5. Sluis 1 is de sluis bij de bolsterfabriek van de Maatschappij Klazienaveen, enkele honderden meters ten noorden van het Van Echtenskanaal. Sluis 2 ligt bij het begin van het Smeulveen in Klazienaveen-Noord. Sluis 3 is de Rotmansluis ten noorden van de kerk van De Weerd, eveneens in Klazienaveen-Noord. In 1932 is Arend Scholtmeijer de sluismeester van Sluis 1, Sietse Blaauw van Sluis 2 en Johannes Rotmans van Sluis 3. Dit lees ik in hetAdresboek voor de Gemeente Emmen(Emmen 1932), p. 164. De uitgave is bewerkt naar ‘officiëele gegevens ter gemeentesecretarie te Emmen’. Stoomdrukkerij A. Tonkens Jr., uit Emmen verzorgt de uitgave.
  6. Jan Visscher, Emmen en Zuidoost Drenthe, een geografische monografie(Utrecht 1940), p. 177.
  7. Welke gezinnen hebben gewoond bij deze oostwest verbinding en zuidelijker net ten noorden van het Van Echtenskanaal?
    Zie: http://fjmblom.home.xs4all.nl/collectie_broer_berens/collectie_broer_berens12.html. Broer Berens is de maker van de kaart. Hij laat zien dat de oostwestverbinding loopt tussen de plaatsen 37 en 38 van het Waterschap Barger-Compascuum. Hij noemt aan de Schoolweg-zuid, het pad dat ten oosten van de Runde loopt van noord naar zuid de volgende bewoners: op plaats 37 B. Schoo en J. Herm. Gebbeken, Direkt aan het pad op 38 Peters-Broekman en H. Jos. Robben, 39 J.A. Ameln, 40 J.G. Fischer, 41 A. Smid en A. vd Spoel, 42 Groenewold en Klingenberg-Lubbers, 43 Luttel, G.H. Lubbers en J. Wubben en op plaats 44 H.H. Scholte Albers. Zuidelijker tekent Berens het meer Zwarte Meer in. Ook op de westwal van de Runde is bewoning. Bij de oostwestverbinding niet. Dan tegenover plaats 40 J.K. Heine (De nummering van het Waterschap Barger-Oosterveen noemt Berens niet). Tegenover 41 wonen A. en H. Heidotting, tegenover 42 C. Schulting en helemaal zuidelijk tegenover 44 Meiering en Vos l. Santing.
    In door ondergetekende geschreven 145 jaar Bargercompascuum, p. 30-32 is een kaart weergegeven van Willem Arling. In de buurt van de oost-westverbinding (Centrum zuid) noemt Willem Arling van noord naar zuid: Bok Geert Langes, Peters, Theodoor Arling, Robben, Posthuma, Duinkerken en Scholte Albers. En verder naar het Van Echtenskanaal: Groenewold, Albert Amelen, Jan Niezing en Einhaus.
    Jan Prins (1948) vertelt mij dat zijn overgrootouders Jan Prins (1853 Avereest-1928 Zmeer) en Betje Pool (1861 Smilde-1943 Twist-D) hier ergens gewoond hebben. In 1897 zijn ze getrouwd in Emmen, ze wonen dan in Nieuw Amsterdam. Hij is weduwnaar van Johanna Hilbrands en zij weduwe van Hendrik Muskee. Later zijn ze verhuisd naar Zwartemeer. Is Jan Prins kanaal- of veengraver? Het huis moet gestaan hebben in de buurt van het fietstunneltje onder de A37 door bij Sportlandgoed Swartemeer. Het kan het huis zijn van Meiering of Vos Santing of een ander huis. Op de openbare begraafplaats van Zwartemeer staat zijn grafzerk, helemaal achterin en bijna verlaten tegen een beukenheg. Het jaar 1853 is waarschijnlijk het oudst genoemde geboortejaar beschreven op een grafzerk van dit kerkhof. Alle andere oude grafzerken zijn geruimd.
  8. Geert Duinkerken (1924-2016) vertelde me over deze draaivonders. Hij is geboren in het zuidelijke deel van een dubbel bewoond huis pal achter de woning van brugwachter Schonewille. Het huis staat ten westen van de Runde. In het andere deel woont het gezin van Heine Kracht, dat later naar Tuindorp verhuist. Zijn ouders zijn Jan Duinkerken en Hendrikien Egberts. Als kind heeft hij meegemaakt dat buurtkinderen bij een van de vele wijken en vonders spelen, dat zij in het water vallen en verdrinken. Een bruggetje of vonder is soms niet meer dan een plank of post over het water. Kennelijk kunnen de kinderen ook niet zwemmen. Meerdere leeftijdgenoten van hem overkomt dit. Dan verhuist het ouderlijk gezin naar een huis dat vijfhonderd meter zuidelijker staat. Ook weer ten westen van de Runde, maar nu aan de andere kant van de zijwijk ‘Een rood huisje alleen in ’t veld’. Huiseigenaar is boer Job Hoving. Een familie Horstman komt in het eerste huis te wonen. Zij verhuizen later naar De Huizen in Zwartemeer.
    Geert gaat naar de ‘School met den Bijbel’ aan het Van Echtenskanaal nz in Zwartemeer. Het pad, dat hij de Dreef noemt, loopt over de westkant van de Runde. De school is afgebroken, nu is hier een garage Snijders. In 1933 verhuist het gezin naar een woning op de oostkant van de Westra’s wijk. Volgens de schets die Geert van de buurt maakt staat dit huis op hetzelfde perceel-plaats. Het moet het latere huis zijn van Flip Lindeman, meen ik te begrijpen. Dit moet dus het huis zijn dat beschreven is onder nummer 11. Een familie Schooneville woonde weer 200 meter noordelijker. Daarna verhuist het gezin naar het Verlengde Oosterdiep. Naar een huis van Hendrik Hoving, dat eerst bewoond was door de familie Harm de Roo. Dit huis is later afgebroken. Waarschijnlijk werkte vader voor huiseigenaar boer Hendrik Hoving. Geert is naderhand knecht bij Job Hoving. Job Hoving maakt in die tijd naam met zijn paardenfok en dressuur. De Runde is nauwelijks een sloot, zo weinig water stond er in het riviertje, zegt hij. De Dreef daarentegen was een brede zandweg. Ook Geert vertelt over het verschil in kleur van het water. Het water van boven de sluis van Barger-Compascuum is helder. ‘Je kon aan je hand niet zien dat je water in je hand had’. Het water was doorzichtig. Terwijl het water beneden de sluis een bruine kleur had. Zijn oma ‘beppe’ Jenne Röttgers-Egbers ‘het was een kloeten keet met stro op het dak’, woonde aan het eerste kanaal beneden de sluis (wijk 34). Het water daar was ‘orrebruun’.
  9. De eerst genoemde kaart Roswinkel 18 heb ik kunnen inzien bij Wim Visscher. De kaart 243 Roswinkel is opgenomen in de Grote Historische topografische Atlas 1898-1928 Drenthe en uitgegeven door Uitgeverij Nieuwland uit Tilburg in 2006. Dezelfde kaart is opgenomen in de Historische Atlas van Drenthe uitgegeven bij Uitgeverij Robas Producties uit Den Ilp in 1990. Deze kaart is verkend in 1902, gedeeltelijk herzien in 1911 en uitgegeven in 1912.
    Deze en andere kaarten zijn te zien op topotijdreis.nlen bij de Topografische Dienst.
  10. Volgens Arend Duinkerken (1924) hebben zijn voorouders opa Arend Duinkerken (1856-1938) en Jantje Booy (1856-1944) gewoond in de buurt van dit bosje op het nooit afgegraven blokje bovenveen tussen de Runde en de Zuidervaart, dichtbij Sportlandgoed Swartemeer. Bene Prins (1933) noemt een familie De Graaf die in het bosje heeft gewoond.
  11. Jan Hoogers, 1995, afbeelding 46.
  12. Willem van Dijk e.a., Groeten uit Zwartemeer(Zwartemeer 2001), p. 17.
  13. Adresboek voor de Gemeente Emmen, p. 41. Kortelink wordt genoemd als leraar handteekenen onder de Afd. Klazienaveen van de Vereeniging ter Bevordering van het Ambachtsonderwijs in Drenthe-Teekencursussen.
    Het boekje, p. 165 vermeldt als stoelenmatter ene Bartelt de Graaf, woonachting in B. Compascuum 142-4. Is hij familie van de familie De Graaf van de Westra’s wijk ?
  14. Wim Visscher, ‘Tussen turf en kunst. Portret van een Z.O. Drentse bolsterdirecteur’Kroniek?, p. 11-16
  15. Roel H. Smit-Muller, De familie Korteling kunst en ambacht(Zutphen 2011), p. 66-75.
  16. Dirk van der Kaap, Drenthe’s voetbaltrots. Zestien jaar betaald voetbal Zwartemeer/SC Drente 1955-1971 (Emmen 2003), p. 38.
  17. Karel, ‘De turfstrooiselindustrie’, p. 42-48.
  18. Op de naamlijst voor de interlocale telefoondienst, deel 1, uitgegeven door de PTT in 1915, zeg maar het telefoonboek in die tijd, staat onder Klazienaveen de Coöperatieve Turfstrooiselfabriek Barger-Oosterveen genoemd. De bedrijfsleider is W. Korteling. Het adres is Van Echtenskanaal N.Z. 245. Telefoonnummer is 30 ! Van de Westra’s wijk zijn geen telefoonnummers genoteerd. Waarschijnlijk heeft niemand aan het kanaal de beschikking over een telefoon. Het huis van Korteling zelf heeft ook geen telefoonverbinding. Het adres het dichtstbij met een telefoonaansluiting is B. Sloots, Van Echtenskanaal nz 213 en de andere kant op in Zwartemeer H. Schipper, hoofd der school, Verlengde van Echtenskanaal nz 23. Dit moet de ‘School met den bijbel’ zijn.
  19. Wim Visscher, Rond de Runde(Nieuw Amsterdam 1997), p. 147.
  20. Albert de Graaf (1865 Kloosterveen-1937 Klazienaveen) trouwt in Emmen met Ebelina de Vries (1875 Nw Adam-1962 Klazienaveen). Albert is zoon van Roelof de Graaf en Jentien Jagt. Ebelina is dochter van Sieb Sietzes de Vries (1893 Smilde-1903 Emmen) en Maria Klok (1842 Smilde-1927 Emmen). In 1864 zijn ze in Assen getrouwd.
    Sieb Sietzes de Vries en Maria Klok krijgen zes kinderen tussen 1864 en 1883. De eerste geboren in Kloosterveen, dan Odoorn, Nieuw Amsterdam en Erica. Dan door naar de Westra’s wijk. Waren zij kanaalgravers en zijn zij met het kanaalgraven deze kant opgekomen ? Waarschijnlijk zijn zij de personen op de foto. Dan zijn het de overgrootouders van Grietje en Albert Knorren. Grietje weet nog dat ze door anderen aangesproken werd als ‘Marije Meu’. Meu is een oud woord voor tante of oudtante. Marije kan duiden op Maria. Dit kan kloppen.
  21. B. Berens Barger-Compascuum(Nijmegen 2001, vierde versie 2012) p. 51.
    Of http://fjmblom.home.xs4all.nl/Ebook-bargercompascuum-Eerste-bewoners-op-lijstnummer-l26.html
    De stamouders van het geslacht Feringa (soms ook geschreven als Veringa) in de zuidoosthoek van Drenthe en het Duitse Emsland zijn Wilhelmus Bartholomeus ‘Willem’ Feringa en Anna Tecla Einhaus. Willem is geboren in 1805 in Groningen. Anna Tecla Einhaus in 1805 in Hesepertwist. In 1829 trouwen ze in Twist. Ze wonen in Adorf. Feringa geeft als beroep op kleermaker, later hausling, een soort arbeider met klein boerenbedrijfje. Oudste dochter Maria Adelheid (1828 Htwist-1886 Zmeer) bevalt in 1858 van Gerhard Wilhelm (1858 Adorf-1944 Zmeer). Zij trouwt kerkelijk in 1872 in Erica met Johann Hermann Wester en naderhand met Johann Hermann Berens. Dit laatste huwelijk is niet erkend door de Burgerlijke Stand. Wester is boer op Hebelermeer maar pacht in 1864 grond in het westelijke deel van plaats 31 van het (Barger) Compascuum met de verplichting er te bouwen. Zij moeten hier aan de Schoolweg-zuid hebben gewoond.
    In 1864 pacht deze familie Willem Feringa een deel van plaats 32 van het (Barger) Compascuum met eveneens de verplichting er een huis op te bouwen. Met de verhuizing gaat hun oudste bovengenoemde dochter met haar zoon Gerhard Wilhelm mee en waarschijnlijk ook jongste zoon Johann Albert. De achternaam van Wilhelm wordt geschreven als Veringa. Hij trouwt in 1883 met Gesina Hemelt (soms Hemel) (1865 Erica-1917 Zmeer). Hun zoon Geert Hendrik Peter (1898 E-1983 Sbeek) is de Piet Veringa die in Emmen in 1921 trouwt met Hendrikje Oelen (1898 Nw Adam-1987 Veltman Erica), dochter van Reinder Oelen en Betje Dooren.
    Oudste zoon van de Feringa’s is Gerhard Heinrich (1831 Adorf-Amerika). Hij trouwt in 1857 in Wesuwe met Anna Adelheid Thole (1834 Hmeer-1883 Hmeer). Hun oudste dochter Tecla trouwt met Harm Cramer in de kerk van Barger-Compascuum in 1883. Dit gezin Cramer-Feringa woont in Nederland-Zwartemeer pal aan de grens met Hebelermeer, dichtbij Grenspaal 162 op Grensweg 2. Zie ook:http://fjmblom.home.xs4all.nl/collectie_broer_berens/nieuwe_bewoners_1873-1900/nieuwe_bewoners_van_bc_en_zwartemeer_1873-1900_046.html
    Tweede zoon Hermann Heinrich Otto (1833 Adorf-1887 BC) trouwt in 1857 met Maria Anna Diesen (1831 Hmeer-1889 BC). Sinds de zomer van 1865 staan ze ingeschreven in Barger-Compascuum. Ze wonen in de Maatschappij, dichtbij de Postweg. Zij zijn stamouders van de Barger- Compascumer families Feringa en Veringa.Zie:http://fjmblom.home.xs4all.nl/Ebook-bargercompascuum-Eerste-bewoners-op-lijstnummer-l34.html
  22. Gerard Steenhuis, Land op de schop(Barger-Compascuum 2013), p. 183.
  23. Grietje Engbes-Knorren (1936) koestert mooie herinneringen aan haar jeugdtijd aan de Westra’s wijk. Ze is veel in het veld achter het huis van Kiers, daar is nog hoogveen en kunnen de kinderen ongestoord spelen.Jan Prins (1948) fietst veel door de buurt en vertoeft graag bij de Westra’s wijk. Vanaf de Zwet ligt vlakbij de snelweg aan het padje een hoop stenen. Daar stond het huis van opa Folkert Kiers en oma Hendrikje Koster. Mogelijk komen de stenen van het huis van zijn grootouders. Hier heeft hij goede jeugdherinneringen. Hij trok op met Henk Kiers (1944-2017), die net even ouder was. Hier leefde de familie Gringhuis. Achter het huis van Van der Velde lag een voetbalveldje op het bovenveen. Met jongens van Van de Velde, maar ook van Smit van het café aan het Van Echtenskanaal of Jagt van de Dorpshuiswijk heeft hij hier zijn balletje getrapt. Elk weekend was hij van de vrijdagmiddag tot de zondagavond opgenomen in het gezin van opa en oma. Dan was hij met anderen te vinden in het veld, bij en op de wieke en op het veen. In de week was hij weer thuis, bij zijn ouders in De Hoven 57 in Zwartemeer en moest hij naar school.
  24. Tot het Waterschap Barger-Compascuum behoort alle grond ten oosten van de Runde, ten noorden van het Van Echtenskanaal, ten zuiden van de Verlengde Tweede Groenedijk en ten westen van de landsgrens. Dus het grondgebied ten oosten van de Runde van de boeren Hoiting, Hoving 2x, Scholte Albers behoort tot dit Waterschap en niet tot Barger-Oosterveen. Aan de landsgrens ligt het even iets anders. Daar behoort het 13deblok tot Barger-Oosterveen. Het land beneden het Martelsdiep is deel van het Waterschap Barger-Oosterveen. Het zijn acht plaatsen van elk honderd meter breed met de Krommewijk als hoofdkanaal. Wat hebben de eigenaren van dit Waterschap hiermee willen bereiken. Voorzag men bedrijvigheid hier aan de grens, dichtbij het Van Echtenskanaal. Of wilde men het Van Echtenskanaal de loop van het Martelsdiep laten volgen om zo het kanaal door het dorp Hebelermeer te laten lopen? Wie zegt het? Wat wilde het Waterschap Barger-Oosterveen met zo’n onvoordelig hoekje 13deblok?Zie ook:http://www.achterdebreedesloot.nl/hebelermeer-zwartemeer-p1.htm=
  25. Gerard Steenhuis, Barger Compas 150 jaar op dreef(Barger-Compascuum 2016), p. 54.
  26. http://www.achterdebreedesloot.nl/vonderpad_zwartemeer_p1.htm
  27. Op het 25 jarig jubileum van de Historische Vereniging Emmen-Zuidoost Drenthe in de herfst van 2017 gehouden in het Veenpark, spreekt Jan Zegering Hadders, kleinzoon van de voormalige wethouder Zegering Hadders van de gemeente Emmen. Jan vertelt hoe zijn opa het openbaar onderwijs in de gemeente Emmen aan het hart ging. Hij bezocht regelmatig elke school, ging er op de fiets naar toe. Volgde de lessen van de nieuwe onderwijzers achterin de klas en keek in de schriften van de leerlingen. Hans Snippe heeft dit zelf meegemaakt. Bij Zegering Hadders thuis werden op de vrijdagmiddag de nieuwe onderwijzers aangenomen. Zij moesten altijd eerst een tijdje dienen op één van de scholen in de buitendorpen, voor ze in Emmen aangesteld werden. Jan had een fotoboek bij zich, dat zijn grootvader van het openbaar schoolbestuur van de gemeente had gekregen met een foto van elke school erin opgenomen. Fotograaf Lunow uit Ter Apel had alle scholen op de gevoelige plaat vastgelegd. Ook van de school bij de Smeulveenschebrug was een afbeelding. Een afbeelding die voor mij nieuw is en tot nu toe niet opgenomen is in de fotoboeken en sites over Klazienaveen.
  28. Herman Lübbers e.a., Zwartemeer 125 jaar jong(1996 Zwartemeer), p. 145-150.
  29. Pieter Hubertus van Brummelen ( ? -1973) is samen met zijn broer Jaap vanuit Breda naar de Zuidoosthoek getrokken om in het onderwijs aan de slag te gaan. Piet komt te werken op de openbare lagere school II in Barger-Compascuum, dit is het houten hulpschooltje aan de Limietweg-zuid, bij de vonder van Willem Scholte. Nog verder uit de geciviliseerde wereld kan toch bijna niet! Mans Egbers (1920-2013) heeft op het schoolpleintje van hem het voetballen geleerd, zei die me. De school heeft dienst gedaan van midden 1919 tot eind 1931. Dan kom ik zijn persoon tegen op de foto van OLS II Zwartemeer II (Lübbers, 1996, p. 99). Deze school staat achterop de Kamerlingswijk van 1917-1959. In de Emmer Courant van 14-4-1939 wordt aangekondigd dat P.H. van Brummelen van Dordschebrug hoofd der school o.l. II te Barger-Compascuum wordt. Tot eind 1952 is hij verbonden aan de school bij de Springersbrug. Na opheffing van deze school vertrekt het gezin naar Apeldoorn. Dit mailt kleindochter Peggy van den Borg mij in de zomer van 2017. Ook is Piet na de oorlog enkele jaren voorzitter van Plaatselijk Belang Barger-Compascuum. Het is aan te nemen dat hij in zijn jonge jaren in de kost is bij mensen in Zwartemeer of Klazienaveen, zodat hij ’s avonds makkelijk naar de voetbaltraining kan. In Barger Compas zijn in die tijd geen goede kosthuizen, alleen maar keten, zei me Broer Berens (1916-2013).
    Een Jaap van Brummelen kom ik tegen als schoolhoofd van de openbare lagere school I in Barger-Compascuum. De houten school aan de Postweg, schuin tegenover de Schuurkerk- nu Veenpark. Hij is hoofdonderwijzer van 1929 tot 1932. Dan gaat de school over naar de nieuwe ‘openluchtschool’ aan het Verlengde Oosterdiep oz, tegenover de boerderij van Steenhuis. Tot 1939 is hij hier hoofdonderwijzer. Waarschijnlijk is dit de broer van de voetballer Piet, wordt later schoolhoofd in Emmer-Compascuum en is grootvader van de huidige DvhN journalist Jaap van Brummelen.

    Berend Lübbers moet een zeer fanatieke aanhanger van v.v. Zwartemeer zijn geweest. Komt hij van Zwartemeer? Later is hij melkboer aan de Dordsedijk.

Leave a Reply